Luc is zo iemand die je eigenlijk niet interviewt, maar loslaat. Je zet een kop thee neer (of iets met een beetje meer pit), stelt één vraag over Jan Steen, en voor je het weet ben je via Warmond in het Rijksmuseum beland, met een tussenstop in Houston business class, een fietstocht in Nuenen en een beleidsplan dat ergens onderweg “zoek-vervang-kleur-de-plaatjes” is geworden.
Zijn Jan Steen-verhaal begint in 2008, toen er op het Oosteinde – tussen bedrijven en plannen – ineens een heel concreet idee op tafel kwam: Warmond heeft het huisje van Jan Steen, dus waarom niet ook een buste? Met Jack Renes als trekker en steun uit verschillende hoeken werd dat werkelijkheid. Voor Luc was dat hét startschot. Hij ging met Hans naar Amsterdam, rende in een half uur door het Rijksmuseum alsof de sluiting al was ingezet, kocht “alles wat er lag” aan Jan Steen-boeken en raakte – zijn eigen woorden – “in de ban”.
En dan gebeurt wat bij Luc altijd gebeurt: het ene idee roept het volgende op. Een buste? Mooi. Maar dan ook de kermis van Jan Steen naar Warmond halen. Een stichting? Prima, maar dan wel leren van anderen. “Als je iets wil doen, moet je op reis,” zegt hij. Dat komt uit zijn ziekenhuisjaren, waar hij zag hoe grote plannen vorm krijgen: kijken, leren, mensen meenemen, en vooral het proces leuk houden. Want bij Luc is gezelligheid geen bijzaak, maar brandstof.
Dat zie je ook terug in zijn favoriete Jan Steen-schilderij: De Rederijkers. Luc herkent er zichzelf in: de causeur aan tafel, het papier voor zich, een beetje slap ‘ouwe nelen’, een beetje serieus, en ondertussen tóch iets maken dat blijft hangen. Want achter de spraakwaterval zit een dichter. Voor zijn master change management schreef hij een bundel van 21 gedichten – en ja, daar praat hij met dezelfde vanzelfsprekendheid over als over een trekschuit van Leiden naar Warmond.
Luc is netwerker, ideeënfabriek en reiziger in één. Iemand die Warmond groter durft te denken, zonder het kleine kwijt te raken. En als 400 jaar Jan Steen straks gevierd wordt, is de kans groot dat Luc ergens rondloopt met een plan, een glimlach en een nieuw idee dat begint met: “Zullen we anders even…?”


